Kentucky Finance

Oct 1 2017

Collegas #collegas


#

Ongewenst gedrag tussen collega’s: beleid

Op deze pagina staat hoe beleid met betrekking tot ongewenst gedrag kan worden opgezet en uitgevoerd. De informatie is te gebruiken door management, OR, staffunctionarissen, leidinggevenden en werknemers.

Onder ongewenst gedrag wordt verstaan: (seksuele) intimidatie, agressie/geweld, pesten, discriminatie en stalking. Uitgangspunt hierbij is dat het gevoel van het slachtoffer bepalend is, en niet de intentie van de dader.

Instellingen vinden het van belang dat medewerkers met plezier naar het werk gaan. Een prettig werkklimaat en goede onderlinge omgangsvormen zijn hier onlosmakelijk mee verbonden. Om waarborgen te scheppen voor een goed werkklimaat, zijn instellingen verplicht beleid te voeren en maatregelen te treffen met betrekking tot ongewenst gedrag. In een goed beleid zijn er zowel preventieve maatregelen opgenomen als maatregelen voor het aanpakken van ongewenst gedrag. Organisaties kiezen er soms tevens voor een gedragscode op te stellen voor collegiale omgang. Hieronder staan aandachtspunten en aanbevelingen voor het opstellen van beleid met betrekking tot ongewenste omgangsvormen.

Preventief beleid

  • Spreek je als directie duidelijk uit over het belang van gewenste omgangsvormen en draag uit dat ongewenst gedrag niet getolereerd wordt in een gezonde organisatie.
  • Stel een beleid op met minimaal de volgende onderwerpen (zie ook het voorbeeld van beleid ter voorkoming en bestrijding van ongewenste omgangsvormen ): begrippenomschrijving van wat verstaan wordt onder ongewenst gedrag, werkingssfeer van het beleid, preventie van ongewenste omgangsvormen, het informele en het formele traject (klachtenprocedure), een vertrouwenspersoon.
  • Bepaal of jullie instelling een gedragscode wil voor de omgang tussen medewerkers onderling.
  • Bied de leidinggevenden scholing aan in het signaleren van en reageren op ongewenst gedrag.

Beleid bij incidenten

  • Stel een vertrouwenspersoon aan op basis van een functieprofiel en bepaal de taken en randvoorwaarden zoals de geheimhouding. Of overweeg een externe vertrouwenspersoon aan te stellen, bijvoorbeeld via de arbodienst.
  • Zorg ervoor dat alle medewerkers de vertrouwenspersoon kunnen vinden en dat zij weten waar zij deze voor kunnen benaderen.
  • Laat de vertrouwenspersoon actief voorlichting geven aan de medewerkers over de eigen rol en het instellingsbeleid rond ongewenst gedrag.
  • Stel een klachtenregeling op, waarin de reikwijdte, de termijnen en de ontvankelijkheid van de klacht of de uitsluiting omschreven zijn.
  • Bepaal of er een interne klachtencommissie moet worden ingesteld, of dat deze (bij kleinere instellingen) van buiten, op ad-hocbasis, kan worden samengesteld.
  • Stel de interne klachtencommissie zo samen dat de leden een goede afspiegeling van de organisatie vormen. Draag zorg voor goede randvoorwaarden.

Zoek in de arbocatalogus ggz


Written by admin


Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *